Illustration Volzin

For Volzin Magazine I made this illustration for an essay about a beautiful poem: an ode to autumn. Essay by Anouschka van Wettum.

Aan de herfst

Seizoen van mist en volle vruchtbaarheid,
dat met de zon, jouw hartsvriend, samenspant om wijnstokken die hoog zijn opgeleid
zwaar te beladen aan hun strodakrand,
om de bemoste tak met appels te bezwaren en dikheid in te geven aan pompoenen,
om hazelnotendoppen te doen zwellen
van zoete kernen, om voor het vergaren van honing bloemen, eindeloos lang nog bloemen open te laten gaan (de bijen zoemen
boven hun volle, kleverige cellen ) –
wie heeft jou nooit zien staan in jouw bazaar?
Iemand die buiten naar jou zoekt, die vindt
jou zorgeloos zittend op de dorsvloer, ’t haar
licht opgelicht door ’t wannen van de wind, of in een half geoogste voor (jouw sikkel spaart de slingerbloemen van het zwad ernaast)
door klaprooswaseming in slaap gebracht; als lezer die veel aren heeft vergaard
houd je je hoofd stil bij het zonder haast
de beek doorwaden; jij houdt tot het laatst
bij ’t druppelen van de ciderpers de wacht.
Waar zijn de lenteliedjes? Vraag dat niet wanneer doorstraalde wolken met hun gloed de stoppelvelden raken, en je ziet: de dag die sterft fleurt op, het doet hem goed –
dan klaagt tussen treurwilgen ’t mugjeskoor;
omhoog, omlaag gaat het, al naargelang
de wind opleeft, of doodgaat met een zucht;
’t geblaat van grote lammeren dringt door van ver, de hagen dragen krekelzang, het roodborstje speelt blokfluit en niet lang meer troepen zwaluwen kwetterend in de lucht.

John Keats (1795-1821), uit Gedichten 1820, vertaald door door Jan Kuijper (Athenaeum – Polak
& Van Gennep, 2014).

View All